iceland2018.reismee.nl

De cirkel is rond!

Laatste dag on the road op weg naar Reykjavik, en het was te merken: we hebben niet meer meegebruld met schlagers of melige countrysongs.  Het was een beetje stiller in de auto dan anders.  We hebben zo ongelooflijk genoten van de uitgestrekte openheid en stilte en de woeste maar gevarieerde natuurpracht en we zijn zo tot rust gekomen in het kopke dat het een beetje pijn doet dit al los te moeten laten.  Uiteraard missen we bepaalde mensen en dieren van thuis en we gaan heel blij zijn hen terug te zien, maar we beseffen maar al te goed dat we snel weer terecht gaan komen in de dagelijse sleur - waar op zich niks mis mee is, want we mogen ni klagen - maar ook in die hectische pietluttigheden en negatieve bullshit van vele mensen.  Als ge moederziel alleen in the middle of nowhere tussen vulkanen, gletsjers en zee zen ligt te wezen, relativeert ge nog meer dan anders.  Reizen maakt een mens rijker en we hebben van dit prachtige land weer heel wat meegenomen dat we nooit zullen vergeten.  Met andere woorden: het was een zalige reis en we will be back!  Thanks, motjes, het was heerlijk en onvergetelijk!

West-IJsland

Vandaag stond voor de verandering nog eens ne favoriet op het programma, het wordt afgezaagd, I know: het schiereiland Snaeffellsnes in het westen met decors die oa Jules Verne hebben  geinspireerd om zijn reis naar het middelpunt der aarde te schrijven en die een rol spelen in een aantal films en series zoals Game of Thrones.  Helaas kregen we onderweg al snel een dikke klets regen en wind op ons dak en heel dat schiereiland was gehuld in een donkere mist, miljaar.  De hoofdattractie is een jaap van een vulkaan  waar ook nog eens een gletsjer op ligt, de Snaefelsjokul, en geloof het of niet: we hebben dat ding niet eens zien liggen! Haha, geen puffin, geen zeehond en gene gletsjervulkaan van 1146 meter hoog.  Goed bezig.  De omgeving was nochtans echt adembenemend, lekker donker en dreigend en redelijk buitenaards.  De storm bleef toenemen en op een bepaald moment waaiden we echt bijna omver.  Nooit meegemaakt.   Het was ook moeilijk om de auto onder controle te houden want  we werden continu gepakt door zeer uit de kluiten gewassen windstoten die zo vies waren dat zelfs onze nuchtere Ruben Weytjens er een code rood aan zou hebben gegeven. Heel spijtig, want we hadden echt uitgekeken naar deze dag maar waarschijnlijk willen de elfjes ons daar gewoon mee vertellen dat we nog eens terug  moeten komen.  Dat zijn we alleszins van plan!   We zitten nu lekker warm in een keigezellig peperkoeken blauw huizeke, super cozy en schattig.  De eigenaar zegt dat de storm vannacht nog gaat toenemen, dus het belooft een wilde nacht te worden.  

Noord-IJsland

Vanmorgen wakker geworden met een blauwe lucht, maar het was wel berekoud. Wat een verschil met die soepmist en ijzige regen van gisteren... De rit van vandaag : van Husavik naar Hvammstangi, zo'n 300 kilometer naar het Westen. Onze eerste stop was nog maar eens een foss maar wel een hele schone, de Godafoss. Na die overdosis natuurpracht van de laatste dagen hadden we precies een beetje goesting in beschaving gekregen en die vonden we min of meer in Akureyri, de tweede grootste "stad" van IJsland. Akureyri ligt aan een mooie fjord - we besparen jullie de naam -  en is omgeven door bergen. Mooie locatie dus.  Het was effe plezant om weer een paar winkelkes te zien maar ook niks om over te stoefen. Leuk detail : de stoplichten zijn allemaal rode hartjes, een poging om de mensen wat op te beuren na de financiële crisis van 2008.  Back on the road dan maar... en dat blijft de place to be om de echte parelkes van IJsland te ontdekken. Een prachtige slingerende kustweg tussen de bergen in allerlei kleurschakeringen...baaikes met op de voorgrond grazende wilde paardjes en uiteraard duizenden schaapkes.  Heel af en toe een eenzaam kleurrijk huisje of boerderijke, en vooral heel veel rust en stilte. Hopelijk hebben we genoeg zen getankt om thuis nog wat over te hebben. Volgende halte het schiereiland Vatnsnes. We zijn dat ding helemaal rondgereden om te genieten van de seascapes. Blijkbaar kan je daar veel zeehonden zien liggen. Wij zagen er uiteraard gene ene, maar na de puffin affaire raakte ons dit niet meer. Dan zijn we op zoek gegaan naar ons huiske, een dikke 10 km van de bewoonde wereld, knal aan zee en geen kat in de buurt. Alleen de boer/ eigenaar zelf die een paar 100 meter verder woont en een hoop paarden, koeien en schapen heeft...dat huiske kon echt niet heerlijker liggen en is supergezellig... we worden er zowaar stil van. We voelen ons zo " blessed" dat we bijna geloven dat we dadelijk een tros puffins voorbij gaan zien dobberen met het Noorderlicht op de achtergrond. 

Noord-IJsland - Myvatn

Op het programma vandaag: de streek rond Myvatn, een vulkanisch gebied waar heel wat te zien is.   Het is volgens de reisboekskens ook de droogste en meest zonnige streek van IJsland!  Toen we wakker werden, regende het dus pijpestelen, hehe, maar uiteraard hadden we een regenbroekske etc mee en we lieten ons niet doen door een paar (liters) regendruppels.  In IJsland is er een gezegde: ‘als ge het weer in IJsland slecht vindt, wacht dan 5 minuten’, en we zagen het helemaal zitten.... De eerste stop was een van onze favorieten: Dimmuborgir.  Dat zegt uiteraard niks, maar het is de plek waar volgens de IJslanders de aarde in contact staat met de hel, dus we voelden ons best aangesproken om daar wat gaan rond te taffelen.   Het decor was buitenaards: grillig gevormde lavarotsen en heerlijke wandelroutes waar we meestal moederziel alleen waren in een heel weidse en surrealistische omgeving, zaaalig.  Ook Santa Claus had een boon voor deze plek, want hij heeft er maar liefst 13 grotwoningen. ..   We hebben uiteindelijk een serieus stevige wandeling gedaan, en toeval of niet, het heeft heel die tijd even niet geregend!  Next stop: Hverir, een van de grootste solfatarenvelden van  IJsland.  Het stonk er te menens naar de zwavel maar het was echt weer een decor om u tegen te zeggen.  De enorme kracht die vanonder het aardoppervlak opborrelt daar zeg, ni te doen.  Het wemelt er van de stoompluimen, kokende modderpoelkes en science fictionachtige tafereeltjes.  We loved it ondanks de ijskoude regen en wind die vanaf de Noordelijke IJszee in ons gezicht sloeg. En omdat we geen flauwe bezen zijn, hadden we zoiets van ‘laat ons nu nog es effe een vulkaan gaan beklimmen’.  Zo gezegd, zo gedaan.   Wij in de gietende regen en arctische wind met onze regenbroekskes, regenjaskes, fleece, muts, en nog wat andere laagjes kleding die we in ons valieske vonden die vulkaan op alsof we elke dag niks anders doen.  We waren enorm fier op ons eigen dat we dat gedaan hadden, dus vonden we dat we een lekker bierke hadden verdiend.  We zijn toevallig terechtgekomen in ne echte koeienstal waar ze een gezellig snackbarke gemaakt hadden, knal tussen de koeien.  Hoe heerlijk is dat? Dan zijn we naar de Viti/ Krafla gereden, een hoge vulkaan en explosiekrater die is gevuld met blauwgroen water.  Helaas regende het nog steeds te menens, dus werd het een spurt naar dat ding, op zijn Japans wat fotookes trekken (we hadden spijtig genoeg geen ballonnen bij) en terug spurt naar de auto.  We zijn wel nog naar de Krafla power plant gereden.  Die hele zone lijkt wat op de mysterieuze area 51 in de Nevada woestijn waar volgens de believers ooit  een UFO is gecrasht.   Ze gebruiken hier de hitte van de magma om stoom op te pompen en stoomturbines aan te drijven.  Indrukwekkend.  Heel de omgeving tijdens het rijden was trouwens weeral een totaal ander plaatje dan de dagen voordien, het leek wel een maanlandschap.  Supermooi, donker, mystiek.  Net hebben we heel lekker gegeten in Husavik zelf en nu liggen we te chillen....  we zijn beeteke moe maar weer heel voldaan van de wandelingen en de beklimming dus.... sleep tight.  Don’t let the bytme bite (kleine rotmugskes die rond lake Myvatn zwermen, op zoek naar toeristen in regenbroekskes).

Oostkust naar Husavik in het noorden

Vanmorgen fris en monter vertrokken richting Borgarfjordur (vogelrots Hafnarholmi)  want we gingen de puffins opzoeken, die keischattige papegaaiduikerkes met hun rode snuitje die zo typisch zijn voor IJsland.  De verhuurder van onze cabin, een heel sympathieke oerijslander, zei dat we dat zeker moesten doen want het was echt de moeite.  Het stond eigenlijk niet op ons programma, maar we hadden er goesting in.  Dat uitspattingske bleek uiteindelijk een rit van 70 km te zijn op een onverharde gravelweg waar de tanden uit uwe mond vielen van het gerammel, maar soit.  Er zijn 3 miljoen paar puffins in IJsland waarvan er zo een 15000 op die rots zouden zitten.  We komen daar dus aan na anderhalf uur rammelen, met gravel tussen onze tanden, en wat bleek?  Van die 15000 beesten had ni ene goesting om zich te laten zien, NIET ENE, nada, zip, zero.  We hebben daar effe wat verweesd rondgetriepeld, met verrekijker, camera en gsm in de aanslag, maar het mocht niet baten.  En het strafste is, dat we daar ook niks konden gaan drinken ofzo, want er was helemaal niks. Alleen zo een festivalwc en een paar verrosselde bootjes.  Totaal en utterly niks. Zelfs gene puffin.... Ni te geloven.  Er zat niks anders op dan terug naar de auto te wandelen en opnieuw die 70 km af te rammelen.  Het was al bijna 1 uur toen we konden beginnen aan onze geplande trip richting Husavik, en we hadden dus niet 1 freaking  puffin gezien, grrrrrrr.  De rest van de dag was dus vooral on the road met weer een enorme afwisseling in landschap.  Het is en blijft onwezenlijk, hoe die landschappen rondom u blijven beklijven.  Vandaag vooral veel maanlandschappen, heel ruw en donker, maar ook stukskes knalgroen ertussen met de obligatoire schaapjes en mossen op lava.  Echt waar prachtig.  We zijn niet veel auto’s gepasseerd vandaag, zalig om te rijden, bijna alleen on the road.  Destination was een stuk van het Vatnajokul National Park met de grootste waterval van Europa, de Detifoss.  Daar hebben we weer fijn kunnen wandelen en genieten!  Ook al was de rit erheen ook weer vol builen en blutsen en gaten, ni te doen.  We waren blij met onze Duster want we kwamen onderweg een paar sukkelaars tegen in een klein koekendozeke die amper 40 per uur durfden rijden en dus een halve dag onderweg geweest zijn naar die waterval, haha.  We zaten in een gebied dat ook weer veel kloven en geothermische toestanden had, waw dus, en we hebben zelfs effe in een bos gewandeld, ook al bestaat dat bijna niet in IJsland.  Er is ook ergens een indrukwekkende canyon in die buurt die we zeker wilden zien, maar die hebben we helaas - net zoals die ellendige puffins - niet gevonden.  Uiteindelijk zijn we aanbeland in Husavik, de walvishoofdstad van Europa.  Ge zou denken dat daar dus op zijn minst wat leuke winkelkes en cafeekes enzo zijn, maar echt niet hoor.  Er zijn drie firmaatjes die walvistochten aanbieden, waarschijnlijk allemaal familie van elkaar, en een stuk of 4 restaurantjes, een tankstation, superette en kerk.  That’s about it.  Bij ons zouden er ne hoop souvenierwinkelkes, cafes, restaurants en hotels liggen in dat gehucht.  Maar die IJslanders hebben duidelijk geen goesting om er iets megacommercieels van te maken en dat vinden we wel iets hebben.  Benieuwd of dat binnen tien jaar nog zo gaat zijn..... We zijn iets gaan eten en drinken aan het haventje (ongeveer de grootte van de kanaalkom in Hasselt) en daar werd ons verteld dat de puffins nu in Groenland zitten.  Duh. End of story.

Oostkust IJsland

Speciaal dagje vandaag.  Heel anders dan de vorige dagen waarop we de ene bezienswaardigheid na de andere hebben ‘gedaan’.  We hebben heel veel in de auto gezeten (met uiteraard de nodige picture- en andere stops en af en toe eens luidkeels meebrullend met ‘7 anjers, 7 rozen’ van de Willy) .  Het vermelden waard was weer zo een zwart strandje waar we effe gewandeld hebben, de wirwar van inhammekes waar de oceaan heerlijk wild tekeer ging, de talrijke arrogante schaapjes die op hun dooie gemakske oversteken en u bekijken met zo’n blik van ‘duh’ en Inge die als een zwoele zeemeermin wou poseren op een rotsblok en hare bol zo hard stootte aan dat ding dat het resultaat net dat ietsje anders was.  Dat  tripke naar en aan de oostkust is heel anders dan de rest van het land.  We hebben ook voor het eerst kou gehad, maar dat zal wel aan de zeewind gelegen hebben.   Wij houden natuurlijk van afwisseling en diversiteit dus we  vonden het heel erg mooi en fantastisch: enorm ruig en desolaat in de puurste zin van het woord (zelfs in de zogenaamde stadjes waar 20 huizen staan, 2 kerkjes,  en een tankstation wilt ge ni doodliggen, er is ECHT niks).  Ik weet niet hoe de mensen hier zo een lange donkere winter overleven en waar ze hun inkopen of hun ding doen, en ik begrijp intussen zeer goed waarom dik tweederde van alle IJslanders in Reykjavik woont.   De ringweg aan de oostkust doet wel wat denken aan de highway 1 in California waar ik persoonlijk megafan van ben.  Ge rijdt de hele tijd vlak langs de oceaan en de kust is wild en ruig en met haarspeldbochtjes en omhoog en omlaag, maar er is tegelijkertijd een heel zen sfeerke.  Ge komt bijna geen auto’s meer tegen (en al zeker geen toeristenbussen vol Aziatische mensen met ballonnen). We zijn effe de benen gaan strekken op een plekje waar een schattig knaloranje half vuurtorentje stond, echt in de middle of nowhere, tegen een woeste oceaan,  en de overblijfselen van wat ongetwijfeld ooit een heerlijk huisje met een uitzicht om u tegen te zeggen geweest moet zijn.  Nu lag daar ne hoop vuiligheid en afval, er hing zelfs een soort fazant tegen de muur die al minstens 5 jaar dood was.  How weird. But we like weird, of course.  In de enige ‘grote stad’ van Oost IJsland, Egilstadir, hebben we een hele tijd rondgereden op zoek naar ne Vin Budin (staatswinkelke met wijn, bier en andere alcoholische dranken)  maar die  was dicht op zondag, duh, dus zijn we een biertje gaan drinken in een jeugdhostel want een cafe vonden we ook niet .  We zijn net gearriveerd in onze blokhut, en daarover kunnen we alleen maar ferm stoefen:  heeeerlijk (af)gelegen, proper en cozy.  Cyn heeft net de bbq aangestoken en Inge en ik zijn aan het chillen met een aperitiefke.  Life can be so simple en beautiful, right? 

Zuidkust Part 2: fire and ice!

Vandaag ongetwijfeld het absolute hoogtepunt en een van de redenen dat we naar IJsland gekomen zijn: het Vatnajokul National Park met de adembenemende gletsermeren!  Na een heerlijk ontbijtje (spek en eikes van Cyn) in onze keigezellige blokhut in the middle of nowhere, hebben we al na een paar km op de ringroad ne stop gedaan om een pittige wandeling te maken.  Eerst ne serieuze klim, hijg hijg, naar Svartifoss, maar dat viel me persoonlijk wat tegen.  Een schoon watervalleke, daar ni van, maar in vergelijking met wat hier allemaal te zien is, de moeite van die bergbeklimming niet echt waard.  Maar we waren al blij dat we wat aan onze conditie gewerkt hadden en klagen is sowieso geen optie als ge de luxe hebt om te mogen genieten in een land als dit.  Anyway: wandeling nummer twee was serieus de moeite waard:  onze eerste blik op een heuse gletsjer, Skaftafellsjokull!  Echt de max, zoals de fotookes ongetwijfeld bewijzen.  We hebben ook altijd enorm chance met het weer,  ni te  doen: als wij ergens aankomen om fotookes te trekken, is het altijd droog en hebben we mooi licht.  Van het moment dat we in de auto stappen om naar de volgende stop te rijden, begint het te regenen en wordt het mistig en donker.  Bizar maar mooi meegenomen.  Next stop: de Fjallsarlon. Nog veeeeeeel indrukwekkender dan alles voordien.  Een prachtig gletsjermeerke met hier een daar een ijsblauwe ijsblok in een heerlijk decor.  Alles is hier zo weids en open.  Er woont bijna geen kat, alles is natuurpark.  Ge moet hier gewoon zen worden, anders wordt ge het nergens!  En geloof het of niet, onze laatste stop van de dag was de absolute topper.  Mooi, mooier, mooist:  Jokulsarlon, een groter gletsjermeer dan het vorige waar we gewoon niet op uitgekeken raakten!  Ge hoorde de ijsblokken gewoon afbrokkelen en met een plof in dat ijsmeer terecht komen, tussen de zeehondjes (of leeuwkes, whatever) en de eendjes en dan dreven die dingen gewoon langs uw neus voorbij, zo heerlijk indrukwekkend ijsblauw te wezen.  Persoonlijk is dit een van de allermooiste stukskes natuur die ik ooit heb gezien.  We waren alledrie van ons melk en hebben immens en intens genoten!  Toen we daar heel ingetogen en vol bewondering naast mekaar in stilte naar die gletsjerbrokken lagen te staren, stapte er plots ongegeneerd een Aziatisch vrouwmens voor ons gezichtsveld, gepakt met een camera, kleurrijke outfit, veel lawaai en... een paar ballonnen.  Ge houdt het ni voor mogelijk.  Wie gaat er nu een gletsermeer bezoeken met ballonnen aan zijne arm?  Haha.  Ge moet het hen nageven: ze blijven ons verbazen en amuseren, die toeristen uit Japan.  Anyway: we vragen ons eigenlijk een beetje af of alles wat we nog gaan zien geen afknapper wordt na de Jokulsarlon.  Het wordt alleszins heel moeilijk om daaraan te tippen.  We zijn dan naar Hofn gebold, een dorpke aan de oceaan, waar ons appartementje ligt.  Tenminste, dat dachten we maar blijkbaar was dat niet zo.  Het lag ergens waarvan we niet konden geloven dat het daar zou kunnen liggen dus zijn we toch verder het dorpke in gereden.  We hebben daar zalig gegeten in een gezellig tentje aan het haventje (woord dekt de lading niet, want het waren eigenlijk gewoon een paar vervallen loodsen met flarden gordijn uit de jaren 50, een paar verroeste boten waarvan de naam al drie keer overschilderd was en een paar zaakskes om te eten).  Maar wat we gegeten hebben was heel vers en overheerlijk, dus maakt het niet uit hoe het dorpke eruit ziet he?  En om terug te komen op ons appartementje:  wij dus terug naar dat godvergeten stukske uitweg waar de gps ons bleef naartoe sturen maar waar alleen een oude boerderij lag.  Wij effe uitgestapt, dadelijk begroet door een heerlijk lief hondje dat direct op zijne rug ging liggen voor ons en vervolgens door een bejaarde IJslander die geen woord Engels sprak en ons meenam naar een stukske van zijn boerderij.  Daar was een supermodern gezellig appartementje in gemaakt met alles op en aan,  ni te geloven.  Heerlijke mensen, die Vikingen! Dat was kort samengevat onze vierde dag in dit zalige land.  We are happy people.....

Zuidkust Part I

Vandaag een dag met 100 "mijne bek valt open" momenten, echt niet normaal. Daar kan die Golden Circle niet eens aan tippen.  Het begon al na ons ontbijtje, boenk erop.... de Skogafoss waterval. Een paar honderd trappen hijgend de berg op maar dan.... Waaw! De foto's spreken voor zich, denken we... en by the way : we hebben zo'n ongelofelijk zalig prachtig weer, ook niet normaal! Ik heb mijn thermisch lijfke van de Decathlon al moeten omruilen voor een ordinair T-shirt! Hemelsblauwe lucht en heerlijk zonneke, ook al valt er dan ineens wat regen of hagel uit de lucht.... het is waar wat ze zeggen:  In IJsland heb je soms 4 seizoenen op 10 minuten! Next stop was Dyrhaley, het zuidelijkste puntje van IJsland. we hebben genoten van een heerlijk zeebriesje en fantastische uitzichten. Alsof dat al niet mooi genoeg was stonden we even later op het zwarte strand van Reynisfjara met zijn immense basaltkolommen. Alweer zo'n pareltje dat je alleen maar in IJsland tegenkomt. Op weg naar de volgende waaw reden we ineens in een hallucinant mega donker wolkendek. Zelfs Willy was even van zijn melk! Maar uiteraard scheen na enkele minuten weer de zon!  We hebben trouwens nog nooit eerder een pipi stop gedaan in zo'n prachtige omgeving! Onderweg naar de volgende stop werden we nog efkens rond de oren gekletst met een lava / mosachtig maanlandschap: Skaftareldahraun. Ahum. De laatste wandeling in Fjaorargljufur, bracht ons al een stukake dichter bij jet IJsland dat Jules Verne in gedachten gehad moet hebben toen hij zijn boekskes schreef. Nu zitten we hier te chillen op onze porch met een koud Gulleke te wachten op onze noen die Motje Cyn  voor ons aan het maken is. Kortom...een heerlijk dagje in een heerlijk land met heerlijk gezelschap!